In het algemeen wordt van de kandidaat voldoende affiniteit verwacht met jazzmuziek en de hiervan afgeleide stijlen. Het toelatingsexamen bestaat uit het spelen met eigen groep (of anders met CD’s) van minstens drie stukken:
- één of meer jazz-standards
- een latin jazz-stuk
- een fusion of popmuziekstuk
Verder zal getoetst worden:
- het improvisatievermogen binnen de vorm van een standard en op een melodisch of ritmisch gegeven, 4 om 4, 8 om 8 etc.
- kennis van authentieke latin ritmes
- de leesvaardigheid
- techniek: kennis van de diverse rudiments en roffels; coördinatie binnen jazz- en funkritmes.
Aanbevolen literatuur:
Dante Agostini : Methode de Batterie, deel 2-3-4
Frank Malebe : Afro-Cuban Rhythms for the drumset
Houghton/Warrington : Essential Styles
John Riley : The Art of Bop drumming
Phil Maturano : Working the Inner Clock
Dave Weckl : Diverse Play-along studies