De afdeling Klassiek streeft ernaar van elke student een artistiek, vaktechnisch en professioneel maatschappelijk competente musicus te maken. Als afgestudeerde moet je als vak- man/vrouw in staat zijn je plaats te veroveren in de beroepspraktijk. Dit betekent dat praktijk gedurende je studie een grote rol speelt. Tegelijkertijd worden kennis, vaardigheden en attitude verfijnd.
Tijdens de opleiding staat de artistiek kunstzinnige ontwikkeling centraal. Toch is vaktechnisch meesterschap voor de beroepspraktijk niet voldoende. Een professionele musicus moet ook zijn maatschappelijke competenties kunnen inbrengen in een wereld die steeds in beweging blijft en een sterk beroep doet op de veelzijdigheid van een kunstenaar. Naast je hoofdvak krijg je daarom de eerste twee jaar muziektheorie, basisrepertoire, ondernemerschap en lessen die specifiek aan je hoofdvak verbonden zijn. Deze lessen worden gegeven door (gast)docenten uit binnen- en buitenland.
Vanaf het derde jaar kun je je specialiseren. Als je een instrument speelt, kun je kiezen uit kamermuziek, solo of orkestspel. Bij solozang kies je tussen concertzang of opera.