Voordat je het praktijkgedeelte van de toelating mag doen, dien je eerst de theoretische toets te halen. Je krijgt 1,5 uur om deze toets zo goed mogelijk te maken. Er wordt verwacht dat je noten kunt lezen in de g- en f-sleutel.

Hieronder zie je de onderdelen die getoetst gaan worden.

Toonsoorten

  • Je kent alle toonsoorten tot en met 7 voortekens.
  • Je kunt bij een gegeven toonsoort en de voortekens geven, en andersom (majeur/mineur wordt gegeven).

Intervallen

  • Je kunt alle intervallen herkennen uit notenvoorbeeld.
  • Je kunt alle intervallen stijgend en dalend opschrijven vanuit een geven noot.
  • Dit doe je allemaal enharmonisch correct.

Toonladders

  • Je kent alle basistoonladders: majeur, mineur oorspronkelijk/harmonisch/melodisch.
  • Je kunt deze toonladders, inclusief juiste voortekens, noteren en vanuit een gegeven grondtoon.
  • Je kunt deze toonladders herkennen.

Akkoorden

  • Je kent de volgende drieklanken: majeur, mineur, verminderd en overmatig. Inclusief omkeringen.
  • Je kunt de soort drieklank, inclusief omkering, herkennen uit notenbeeld.
  • Je kunt deze drieklanken noteren vanuit een gegeven akkoordtoon, inclusief omkering.
Je kunt het dominant-septiem-akkoord herkennen en benoemen uit notenbeeld.

Oefenmateriaal:

Iedere kandidaat krijgt de gelegenheid zijn/haar muzikaliteit en muzikale vaardigheden te etaleren op een eigen authentieke wijze. De docenten die het examen afnemen, verwachten dat je goed voorbereid op het toelatingsexamen verschijnt.

Algemeen
Als je dat wil, mag je zelf een begeleider meenemen (om bijvoorbeeld zangstukken of je gitaarmelodie te begeleiden). Je kan in sommige gevallen ook ter plekke begeleid worden door iemand van de toelatingscommissie.
Over het algemeen zal de speelkwaliteit (interpretatie en muzikaliteit) van groter belang zijn dan de bereikte moeilijkheidsgraad.
De duur van het praktische gedeelte is 30 minuten.

Verplicht
Bij aanvang van het praktijkexamen overhandig je in drievoud een lijst met voorbereide werken en een overzicht van bestuurde werken van de laatste 3 jaar.
De lijst met bestudeerde werken dient per werk te zijn voorzien van de titel en de componist of uitvoerder.
Van de voorbereide werken neem je partituur en/of de tekst, voorzien van akkoordsymbolen, mee.
Hieronder vind je een overzicht van hoe je praktijkexamen er minimaal uit moet zien. In totaal bereid je dus minimaal 10 stukken voor, met een zo breed mogelijke representatie van genres. Denk aan pop, klassiek, kinderliedjes, musical, jazz, etc.

1. piano- of gitaarbegeleiding + zang
2. piano- of gitaarbegeleiding + zang
3. piano- of gitaarbegeleiding + zang
4. piano- of gitaarbegeleiding + zang
5. zang, zonder begeleiding of begeleid door iemand anders
6. zang, zonder begeleiding of begeleid door iemand anders
7. piano klassiek
8. gitaar melodie
9. vrij (eventueel ruimte om een ander instrument te demonstreren)
10. vrij (eventueel ruimte om een ander instrument te demonstreren)

Van de bovenste vier werken moet er minstens 1 met gitaarbegeleiding zijn, en 1 met pianobegeleiding.

2B. Voorbeeldlijst
Om een idee te krijgen vind je hieronder een lijst die geschikt zou kunnen zijn voor een toelating. (let op: slechts een voorbeeld, graag zelf naar eigen kwaliteit invullen)

Je moet op het toelatingsexamen bewijzen dat je in staat bent om één of meerdere akkoordinstrumenten (piano/gitaar) te bespelen. Als 1 van deze instrumenten nog niet voldoende is, wordt je geacht dit zo snel mogelijk bij te werken. Dit vergt naast je reguliere lessen extra inspanning.

Piano
De moeilijkheidsgraad van klassieke pianostukken kan worden vergeleken worden met onderstaande werken:

  • J.S. Bach, Klavierbüchlein für Anna Magdalena
  • Clementi sonatinen
  • Lemoine études opus 37
  • Burgmüller opus 100

Voor Jazz/pop zou je deze richtlijnen kunnen gebruiken voor het kiezen van je repertoire:

  • Real Book, Fake Book
  • Melodiespel met akkoorden
  • Popsongs waar je zelf bij zingt
  • Musicalrepertoire
  • Blues, eventueel met improvisatie
  • Kinderliedjes waar je zelf bij zingt

Spelen op overige toetsinstrumenten (accordeon, keyboard, synthesizer) is toegestaan.

Gitaar
Wanneer je jezelf begeleidt op gitaar, worden er op de volgende technieken/speelwijzen gelet:

  • Het gebruik van plectrum
  • Gebruik van open akkoorden of barré akkoorden
  • Speelwijze ( bas op 1e tel en akkoord op afterbeat, 8e shuffle, 16e beweging, arpeggio’s, tokkelen, fingerpicking)
  • Hoe meer diversiteit je hierin kan laten zien, hoe beter.
  • Bij het spelen van een melodie worden er op de volgende dingen gelet:
  • Tempo vastheid
  • Ritme
  • Frasering en muzikale uitdrukking

Andere vormen van gitaarspel (klassiek of improvisatie) zijn niet verplicht, maar worden altijd aangemoedigd.

Zang
Bij het uitzoeken van zangstukken (met of zonder eigen begeleiding), kun je deze richtlijnen gebruiken:

  • Vocalises
  • Spirituals, gospelliederen
  • Musical
  • Popsongs
  • Aria’s
  • Volksliederen
  • Chansons
  • Cabaret
  • Kinderliedjes

Tevens laat je stukken horen in de volgende talen: Nederlands, Engels en een derde taal (Frans, Duits, Spaans, Italiaans). Tijdens het toelatingsexamen zal erop gelet worden of je stemgebruik en uitdrukkingsvermogen te ontwikkelen zijn. We adviseren ten zeerste op zijn minst een klassiek stuk/lied te presenteren. Ook als dit nog niet eerder hebt gedaan.

Melodie-instrument
Indien je een melodie-instrument bespeelt, adviseren we je om ook hiermee je speelkwaliteit te demonstreren. Als je graag naast de akkoordinstrumenten en zang een melodie-instrument als bijvak wilt studeren, kan dat onder bepaalde voorwaarden. Als je dit als hoofdvak wilt studeren, moet je toelating doen bij de afdeling klassiek of jazz.
Heb je specifieke vragen of twijfels over je programma dan kun je mailen naar onze commissie:

Het gehoor en solfège gedeelte van de toelating wordt bekeken vanuit 3 invalshoeken: herkennen, herhalen en zingen. Er wordt voornamelijk gelet op de intuïtieve onderdelen waarbij je iets moet herhalen/nazingen. Verder wordt er verwacht dat de meeste onderdelen vlot verlopen.

Extra belangrijke onderdelen zijn onderstreept.

Deze onderwerpen komen aan bod:

Intervallen

  • Je kunt intervallen stijgend en dalend herkennen, zingen en nazingen. De intervallen worden bij voorkeur als samenklank, eventueel na elkaar gespeeld.
Drieklanken
  • Je kent deze drieklanken: majeur, mineur, overmatig, verminderd. Inclusief omkeringen.
  • Je kunt deze drieklanken herkennen, zingen en nazingen.
Geheugentraining
  • Je kunt een voorgezongen ritme ±2 maten nadoen.
  • Je kunt een voorgespeeld melodiefragment van enkele maten op gehoor nazingen.

Melodisch dictee

  • Je kunt een eenstemmige melodie noteren.
  • In g- of f-sleutel.
  • Zonder alteraties.
  • Je kunt een bekende melodie (Happy Birthday etc.) uit het hoofd op de piano spelen. Ritme is niet belangrijk, als je maar de goede noten raakt (tip: eerst denken, dan doen).

Ritmisch dictee
  • Je kunt een eenvoudig voorgezongen ritme noteren.
  • Incl. Syncopen, met name 8e noten, eventueel 16e notenwaarden.

Toonladders

  • Je kent de volgende toonladders: majeur, mineur oorspronkelijk/harmonisch/melodisch.
  • Je kunt al deze toonladders zingen.

Solfège zingen
Je kunt een genoteerd ritme door middel van je stem uitvoeren. Hierbij laat je de juiste toonlengte en rusten horen (ritmische solfège). Met tikken kan dit namelijk niet.
  • Je kunt een onbegeleide solfège zingen (zonder alteraties, eenvoudig ritme, echter wel met enkele sprongen).

Dit gedeelte vraagt geen specifieke voorbereiding. Het is alleen om vast te stellen in hoeverre je naast het theorie- en praktijkgedeelte beschikt over communicatief vermogen, reflectie en muzikaal aanpassingsvermogen.

Deze worden getest gedurende 2 workshops van 45 minuten, en tijdens de gesprekken die je voert met de toelatingscommissie tijdens het praktijkgedeelte.

De workshops zijn:

  • Een ritme/percussie workshop
  • Een muziek in beweging workshop. Zorg voor comfortabele kleding en schoeisel waarin je gemakkelijk kunt bewegen.

Proefexamens
Twijfel je aan het theoretisch gedeelte van het examen? Dan kan je je kennis testen met een proefexamen. Op de website zijn verschillende theorie-examens (met antwoorden) te vinden om mee te oefenen.

(Opgesteld door: Team Docent Muziek en namens de studentenraad Domu)