Theorietoets

Voordat je het praktijkgedeelte van de toelating mag doen, dien je eerst de theoretische toets te halen. Je krijgt 1,5 uur om deze toets zo goed mogelijk te maken. Er wordt verwacht dat je noten kunt lezen in de g- en f-sleutel. Hieronder zie je de onderdelen die getoetst gaan worden.Toonsoorten

  • Je kent alle toonsoorten tot en met 7 voortekens.
  • Je kunt bij een gegeven toonsoort en de voortekens geven, en andersom (majeur/mineur wordt gegeven).

Intervallen

  • Je kunt alle intervallen herkennen uit notenvoorbeeld.
  • Je kunt alle intervallen stijgend en dalend opschrijven vanuit een geven noot.
  • Dit doe je allemaal enharmonisch correct.

Toonladders

  • Je kent alle basistoonladders: majeur, mineur oorspronkelijk/harmonisch/melodisch.
  • Je kunt deze toonladders, inclusief juiste voortekens, noteren en vanuit een gegeven grondtoon.
  • Je kunt deze toonladders herkennen.

Akkoorden

  • Je kent de volgende drieklanken: majeur, mineur, verminderd en overmatig. Inclusief omkeringen.
  • Je kunt de soort drieklank, inclusief omkering, herkennen uit notenbeeld.
  • Je kunt deze drieklanken noteren vanuit een gegeven akkoordtoon, inclusief omkering.
  • Je kunt het dominant-septiem-akkoord herkennen en benoemen uit notenbeeld.

Proefexamens

Twijfel je aan het theoretisch gedeelte van het examen? Dan kan je je kennis testen met een proefexamen.

Oefenmateriaal:

  • Website teoria
  • Proefexamen 1
  • Proefexamen 2
  • Antwoorden proefexamen 1
  • Antwoorden proefexamen 2

 

Het praktijkgedeelte

Iedere kandidaat krijgt de gelegenheid zijn/haar muzikaliteit en muzikale vaardigheden te etaleren op een eigen authentieke wijze. Dit doe je door een repertoirelijst te sturen naar felix.havenith@zuyd.nl. De toelatingscommissie maakt dan een verzoeklijst die jij dan kan opnemen. (je kunt natuurlijk ook alvast je belangrijkste werken opnemen om tijd te winnen).Algemeen
Over het algemeen zal de speelkwaliteit (interpretatie en muzikaliteit) van groter belang zijn dan de bereikte moeilijkheidsgraad.

Verplicht
Hieronder vind je een overzicht van hoe je programma er minimaal uit moet zien. In totaal bereid je dus minimaal 10 stukken voor (meer mag!), met een zo breed mogelijke representatie van genres. Denk aan pop, klassiek, kinderliedjes, musical, jazz, etc.
     1. piano- of gitaarbegeleiding + zang
     2. piano- of gitaarbegeleiding + zang
     3. piano- of gitaarbegeleiding + zang
     4. piano- of gitaarbegeleiding + zang
     5. zang, zonder begeleiding of begeleid door iemand anders
     6. zang, zonder begeleiding of begeleid door iemand anders
     7. piano klassiek
     8. gitaar melodie
     9. vrij (eventueel ruimte om een ander instrument te demonstreren)
     10. vrij (eventueel ruimte om een ander instrument te demonstreren)
Van de bovenste vier werken moet er minstens 1 met gitaarbegeleiding zijn, en 1 met pianobegeleiding.

2B. Voorbeeldlijst
Om een idee te krijgen vind je hieronder een lijst die geschikt zou kunnen zijn voor een toelating. (let op: dit is maar een voorbeeld, graag zelf naar eigen kwaliteit invullen)

toelating
Je moet op het toelatingsexamen bewijzen dat je in staat bent om één of meerdere akkoordinstrumenten (piano/gitaar) te bespelen. Als 1 van deze instrumenten nog niet voldoende is, wordt je geacht dit zo snel mogelijk bij te werken. Dit vergt naast je reguliere lessen extra inspanning.Piano
De moeilijkheidsgraad van klassieke pianostukken kan worden vergeleken worden met onderstaande werken:

  • J.S. Bach, Klavierbüchlein für Anna Magdalena
  • Clementi sonatinen
  • Lemoine études opus 37
  • Burgmüller opus 100

Voor Jazz/pop zou je deze richtlijnen kunnen gebruiken voor het kiezen van je repertoire:

  • Real Book, Fake Book
  • Melodiespel met akkoorden
  • Popsongs waar je zelf bij zingt
  • Musicalrepertoire
  • Blues, eventueel met improvisatie
  • Kinderliedjes waar je zelf bij zingt

Spelen op overige toetsinstrumenten (accordeon, keyboard, synthesizer) is toegestaan.Gitaar
Wanneer je jezelf begeleidt op gitaar, worden er op de volgende technieken/speelwijzen gelet:

  • Het gebruik van plectrum
  • Gebruik van open akkoorden of barré akkoorden
  • Speelwijze ( bas op 1e tel en akkoord op afterbeat, 8e shuffle, 16e beweging, arpeggio’s, tokkelen, fingerpicking)

Hoe meer diversiteit je hierin kan laten zien, hoe beter.

Bij het spelen van een melodie worden er op de volgende zaken gelet:

  • Tempo vastheid
  • Ritme
  • Frasering en muzikale uitdrukking

Andere vormen van gitaarspel (klassiek of improvisatie) zijn niet verplicht, maar worden altijd aangemoedigd.Zang
Bij het uitzoeken van zangstukken (met of zonder eigen begeleiding), kun je deze richtlijnen gebruiken:

  • Vocalises
  • Spirituals, gospelliederen
  • Musical
  • Popsongs
  • Aria’s
  • Volksliederen
  • Chansons
  • Cabaret
  • Kinderliedjes

Tevens laat je stukken horen in de volgende talen: Nederlands, Engels en een derde taal (Frans, Duits, Spaans, Italiaans)
Tijdens het toelatingsexamen zal erop gelet worden of je stemgebruik en uitdrukkingsvermogen te ontwikkelen zijn.
We adviseren ten zeerste om op zijn minst een klassiek stuk/lied te presenteren. Ook als je dit nog niet eerder hebt gedaan.Melodie-instrument
Indien je een melodie-instrument bespeelt, adviseren we je om ook hiermee je speelkwaliteit te demonstreren. Als je graag naast de akkoordinstrumenten en zang een melodie-instrument als bijvak wilt studeren, kan dat onder bepaalde voorwaarden. Als je dit als hoofdvak wilt studeren, moet je toelating doen bij de afdeling klassiek of jazz.
Heb je specifieke vragen of twijfels over je programma dan kun je mailen naar onze commissie:

*Richtlijnen thuisopname:

  • Dit kan bijv. met je smartphone. Probeer een zo goed mogelijk toestel te gebruiken.
  • Zorg dat er geen bijgeluiden zijn of te veel galm.
  • Controleer of je camera en mic schoon zijn (vingervlekken, vuil, pluisjes)
  • Plaats je opnametoestel dicht genoeg bij de geluidsbron (stem/gitaar/piano).
  • Je moet zelf écht in beeld zijn wanneer je speelt.
  • Zet de camera zo dat je stem en instrument in verhouding zijn. Test dit.
  • Begin elke opname steeds met jezelf en een bordje/blaadje met je naam en titel/artiest/componist van het te spelen onderdeel.
  • Werk met een statief of vraag iemand om de camera vast te houden.
  • Indien je handig bent met opname materiaal en betere microfoons mag dat uiteraard.
  • De gevraagde fragmenten worden als ‘one takes’ opgenomen. Niet knippen en plakken in je opname. (wel elk stuk apart)
  • Op een live toelating gaat er ook wel eens iets mis, een foutje hier en daar. Dat is ook in een opname geen ramp. Zorg dat de opname een goede representatie is van hoe jij er voor staat.
  • Topkwaliteit opnames zijn fijn maar vaak ook veel te groot en leiden soms tot upload-problemen. Kies een goede middenweg.
  • Gelukkig is jezelf opnemen een heel goede oefening om je presentatie te verbeteren en/of finetunen.
  • Doorsturen via youtube(prive)link of Vimeo.
  • Voor technische en overige vragen kun je altijd mailen met felix.havenith@zuyd.nl

 

Gehoor en solfège

Het gehoor en solfège gedeelte van de toelating wordt bekeken vanuit 3 invalshoeken: herkennen, herhalen en zingen. Er wordt voornamelijk gelet op de intuïtieve onderdelen waarbij je iets moet herhalen/nazingen. Verder wordt er verwacht dat de meeste onderdelen vlot verlopen.

Extra belangrijke onderdelen zijn onderstreept.

Deze onderwerpen komen aan bod:

Intervallen

  • Je kunt intervallen stijgend en dalend herkennen, zingen en nazingen. De intervallen worden bij voorkeur als samenklank, eventueel na elkaar gespeeld.

Drieklanken

  • Je kent deze drieklanken: majeur, mineur, overmatig, verminderd. Inclusief omkeringen.
  • Je kunt deze drieklanken herkennen, zingen en nazingen.

Geheugentraining

  • Je kunt een voorgezongen ritme ±2 maten nadoen.
  • Je kunt een voorgespeeld melodiefragment van enkele maten op gehoor nazingen.

Melodisch dictee

  • Je kunt een eenstemmige melodie noteren.
  • In g- of f-sleutel.
  • Zonder alteraties.
  • Je kunt een bekende melodie (Happy Birthday etc.) uit het hoofd op de piano spelen. Ritme is niet belangrijk, als je maar de goede noten raakt (tip: eerst denken, dan doen).

Ritmisch dictee

  • Je kunt een eenvoudig voorgezongen ritme noteren.
  • Incl. Syncopen, met name 8e noten, eventueel 16e notenwaarden.

Toonladders

  • Je kent de volgende toonladders: majeur, mineur oorspronkelijk/harmonisch/melodisch.
  • Je kunt al deze toonladders zingen.

Solfège zingen

  • Je kunt een genoteerd ritme door middel van je stem uitvoeren. Hierbij laat je de juiste toonlengte en rusten horen (ritmische solfège). Met tikken kan dit namelijk niet.

Je kunt een onbegeleide solfège zingen (zonder alteraties, eenvoudig ritme, echter wel met enkele sprongen).

 

Motivatiegesprek

Tijdens een kort informeel gesprek van ongeveer 20 min met het Hoofd van de opleiding (Felix Havenith) vertel je over je motivatie en drijfveren om deze opleiding te doen. Dit is geen spannend sollicitatiegesprek, maar een open en eerlijk gesprek om kennis te maken en te kijken of de verwachtingen van beide kanten reëel zijn.

Vragen?